naar de Voorpagina

Joeperoog

Betrekkelijk voornaamwoord
Di

In het Plattegonisch bestaat maar één betrekkelijk voornaamwoord, nl. di.

Di kan zowel onderwerp als lijdend voorwerp zijn, kan achter een voorzetsel staan, en kan slaan op zowel zaken, personen als zinnen.

di als onderwerp

Als di onderwerp is van de bijzin, staat het als eerste woord van die bijzin:

ari / di deveske maismensen / die ons verdenken
Mikele foneuso los austo / di fo veer sornu.Mikele droeg een gewaad / dat rijk versierd was.
Ti kepto les hursar, / di nok euso les katum da nit.Ze vingen de dief, / die het geld nog bij zich had.

naar boven
eaudi

di als lijdend voorwerp

Als di lijdend voorwerp is van de bijzin, staat het als tweede woord in die bijzin; het eerste woord is het onderwerp van de bijzin:

ari / mai di deveskemensen / die wij verdenken
Cadnas fuso les kertmoes poradit / oe di povo vormise nit. Dat was de kortste vergadering / die men zich kon voorstellen.
'Cad fus los erenos / ma di luf,' te flustro.'Het is een jongen / van wie ik hou,' fluisterde hij.

naar boven
eaudi

di na een voorzetsel

Waar in het Nederlands veelal wie, waar, waaraan, waarvan enz. wordt gebruikt, gebruikt het Plattegonisch een voorzetsel + di.

Les majos de di les delarnari ilevrie nok toezim.De meester wiens leerlingen nog altijd samenkomen.
Les doebeli i di te wako ten braffoloi.Het schuurtje waar hij zijn kwasten bewaarde.
Ma wisso nit iye i di ma povo vore les tras.Ik verborg me ergens waar ik de weg kon zien.
Tenki e di oe bat tapa tentoa.Dingen waaraan je geen aandacht moet schenken.
Pinda doefi, de di mono daf.Vijf vingers, waarvan één dik.

naar boven
eaudi

als het Nederlands wie of wat gebruikt

zie ook "Vraagwoord als betrekkelijk voornaamwoord: niet dus".

Noere di eus maan tumi, pove makse cadnas.Alleen wie (degene die) veel geld heeft, kan dat betalen.
Ta mo, ta di povo me.Ze deed wat ze kon doen.
Ta mo cadnas ta di povo me.Ze deed dat wat ze kon doen.
Ta mo (toest) ta di (aitsch) povo me.Ze deed (alles) wat ze (maar) kon doen.
  (vergelijk:)
  Ta suso matta ta povo me.
  (vragende bijzin:)
  Ze wist wat ze kon doen.
Les ahobmoes ma di voro eit. Het mooiste wat ik ooit gezien heb.
Sla yesnas ahob amzer, ma di sjoupame, mai on polke. Als het morgen mooi weer is, wat ik betwijfel, gaan we fietsen.

Alleen bij echt afhankelijke vragende bijzinnen gebruikt het Plattegonisch geen di, maar mia, marra enz.:

Ta suso matta ta betto me.Ze wist wat ze moest doen.
Ti bat pove vore mia dosse inabak.Ze kunnen niet zien wie er in de hut zit.
Ta nit mando marra te resto. Ze vroeg zich af waar hij bleef.
Ma bat quess manre les joen trauspe. Ik zeg niet wanneer de trein vertrekt.
Lin tok sus marmo ma hahe e lis. Je weet toch waarom ik naar je lach.
Robin kiko moea Bodo eipo les pava. Robin keek hoe Bodo het water in ging.
Ta mando melka vamsili ma volo vore. Ze vroeg welke plaatjes ik wilde zien.

naar boven
eaudi