naar de Voorpagina

Joeperoog

Bezittelijk voornaamwoord
Mianwant

Het bezittelijk voornaamwoord wordt in het Plattegonisch mianwant genoemd. Het geeft antwoord op de vraag: mian van wie.

manmijn
lis jouw, uw
taen haar=zijn
ten zijn
tan haar
caden ervan
main onze
linis jullie, uw
tin hun
oen 'je', 'zijn'
niten, nin haar/zijn eigen
flisin elkaars

Opmerkingen

caden — Bij verwijzing naar dieren en zaken gebruikt het Plattegonisch cad resp. caden, waar het Nederlands vaak haar of zijn gebruikt.

Les kamauzar racho caden toemos. De leiding heeft haar besluit genomen.
Les kakloun on posudite caden pjani. De ministerraad zal zijn plannen uitleggen.
Les partali tschoezo caden yespont. Het paard schudde met z'n k… - hoo… - kop.

oen — Het Plattegonisch kent ook een bezittelijke vorm van oe: oen, in het Nederlands vaak 'zijn'.

Oe it mandu tampriset oen terti. Men wordt verzocht zijn kleren mee te nemen.

flisinelkaars, van elkaar

« Koebala flisin scharki » Paulus griffo. "Draagt elkaars lasten", schreef Paulus.

naar boven
eaudi

Zelfstandig gebruik

les man, les mani de mijne, enz.

Man bibis et les lis fuso schull ile bat tat lengal sla les tan. Mijn baard en de jouwe waren zelfs samen niet zo lang als de hare.
Linis dilani fus maan jermus sla les maini. Jullie zomers zijn veel warmer dan de onze.

naar boven
eaudi

Niten

In een aantal talen wordt onderscheid gemaakt tussen zijn [=zijn eigen] en zijn [=diens].
Zo kennen Skandinavische talen sin naast hans, Esperanto kent sia naast lia en Latijn kent suus naast eius.
Ook het Plattegonisch kan van dit onderscheid gebruik maken, maar hanteert het verschil niet zo strikt als bovengenoemde talen doen.

niten/ninhaar/zijn eigen
tan/taen/tenhaar/zijn, diens
Te nigo ten ipus. Hij rookte z'n sigaar.
Te ertschus nigo niten ipusi. Hij rookte 't liefst z'n eigen sigaren.
Te ertschus nigo ten egan ipusi. Hij rookte 't liefst z'n eigen sigaren.
Te toezim vole nige tenasen ipusi. Hij wil altijd diens sigaren roken. (van een ander)

Bij eigen lichaamsdelen en kledingstukken kan het Plattegonisch zowel het bezittelijk voornaamwoord als het lidwoord les gebruiken.

Ta operalo les oisi.
Ta operalo tan oisi.
Ze opende haar ogen.
Ma sabo tam les meni fon nit.
Ma sabo tam man meni fon nit.
Ik sloeg met m'n armen om me heen.
Eit te gese les yespont!
Eit te gese ten yespont!
Hij vergeet z'n hoofd nog eens!
Te baschome uuteme les vogoro.
Te baschome uuteme nin vogoro.
Hij hoeft z'n bikini niet uit te trekken.

naar boven
eaudi