naar de Voorpagina

Joeperoog

Ontstaan en ontwikkeling van het Plattegonisch
Urest en itevaldest de les plattegoone

De eerste woordjes Plattegonisch — toen nog Emmars geheten — werden in 1980 op papier gezet.
We zien een 17-jarige Nederlandse scholier midden tussen Franse en Duitse rijtjes en de tentamens daarover. Wat we niet zien, is dat hij verliefd is. Verliefd op een jongen in zijn klas. Er gebeuren nu twee dingen tegelijk: 1) de scholier droomt van een volkomen regelmatige taal, nadat hij een boek over Esperanto heeft ingekeken; 2) hij wil zijn liefdesgedichten in een geheime taal kunnen schrijven, want jongen-jongenliefde is vooralsnog verboden. Maar ja, die taal moet wel heel makkelijk zelf te leren zijn. Dus moet-ie regelmatig zijn. Voilà.

Esperanto (1)

Taalkundig inzicht heeft onze scholier bepaald niet. Dus blijft zijn idee van 'regelmatigheid' beperkt tot vier, vijf regels, na het inkijken van het Esperantoboek. Deze regels zijn: meervoud, dan komt er een -i achter; verleden tijd, dan komt er een -o achter; voltooid deelwoord, dan komt er een -u achter. En net als in het Engels: alleen the en a als lidwoorden, en verder geen verbuigingen. En geen U en uw, alleen jij en jouw. Klaar.

Zo ziet het eerste gedicht, « Strade male », het licht. Ik zal het hier niet citeren, dat begrijpt u, lezer, wel.

Het gebrek aan taalkundig inzicht is zo groot, dat de scholier zelfs niet ziet dat de [oe]-klank vrijwel nergens ter wereld met oe wordt geschreven — alleen in het Nederlands. Hij ziet over het hoofd dat hij nu eens een c, dan weer een k schrijft voor de [k]-klank. Onbekommerd laat hij woorden op een -d eindigen en spreekt een [t] uit.

Anderzijds gaat hij wel bewust om met de woordvolgorde.
"Gisteren heb ik je nog gezien" wordt, analoog aan het Engels en Frans "Gisteren ik heb gezien je nog".
Maar oe blijft oe.

Latijn en Grieks

Na de middelbare school volgt de scholier – nu student – een jaar lang Latijn en Grieks en zelfs wat Hebreeuws. In eerste instantie dragen deze talen niet bij aan het Emmars. Integendeel, de student raakt in de ban van naamvallen, wijzen, tijden, verbuigingen en vervoegingen. Taal wordt leuk! (Kijk, da's al weer winst.) Hij begint een andere taal te ontwerpen waarin hij stoeit, ja speelt met deze verschijnselen. (We vinden in het huidige Plattegonisch welgeteld vier restanten van deze taal, het Ýo, terug.)
En het Emmars wordt vrijwel vergeten.

Talloze talen worden ontworpen en ook weer verscheurd. Zelfs het Ýo, inmiddels toch behoorlijk uitgebouwd, verdwijnt in de prullebak.
Wat er aan Emmars in de geheime dagboeken staat, wordt niet vernietigd. Het blijft een oude liefde, waar je verder niet veel meer aan denkt.
Dus blijft oe oe.

Esperanto (2)

Jaren later heeft de student, inmiddels getooid met de naam Joep, wèl gelegenheid om Esperanto te leren. Hij haalt zelfs het Meza Diplomo. En hij heeft kennis gemaakt met Turks, Deens, Fins, Italiaans en nog veel meer, van alles een beetje. Zelfs Volapük heeft zijn belangstelling.
En van tijd tot tijd kriebelt de oude liefde. Het Emmars wordt weer opgepakt. Juist het leren van Esperanto heeft het taalkundig inzicht vergroot. Diverse uitvindingen van het Esperanto worden, min of meer gewijzigd, bewust toegepast in het Emmars.

Dan slaan we even een flink aantal jaren over en komen in de recente geschiedenis: het computertijdperk. In 1999 worden de eerste woorden Emmars ingevoerd op het blauwe scherm van WP5.1. Voorbij is de tijd van steeds groeiende woordenlijsten bijhouden en overschrijven. De oude liefde wordt digitaal weer jong.
Inmiddels is Joep zich meer en meer bewust van de 'onregelmatigheden' die het Emmars wel degelijk bevat. Of noem het 'natuurlijke tekortkomingen'. En hij weigert dit Emmars in een keurslijf te dwingen van een perfekt regelmatige en konsekwente taal. Want hij is er van gaan houden.

Er is één zaak die over het hoofd was gezien door gebrek aan taalkundig inzicht, en waarmee het Emmars is behept: de klemtoon. Ook daar gaat het Esperanto uiterst konsekwent mee om, maar Joep heeft die eigenschap simpelweg vergeten toe te passen in het Emmars. Daardoor is het nu het meest onnavolgbare onderwerp in de Beschrijving geworden. Veel plezier ermee.
En oe is oe gebleven.

Plattegonisch

Rond 2010 besluit Joep dat het Emmars niet meer geheim hoeft te zijn. Hij publiceert de Beschrijving en de Woordenlijsten op z'n website.
Dit trekt de aandacht van het piepjonge land Plattegonië. Dit had al wel vliegvelden, huizen, zeeën, bergen, rivieren en vlaktes (vooral vlaktes!), maar nog geen taal. Tot groot wederzijds genoegen adopteert Plattegonië het Emmars als zijn nationale taal: het Plattegonisch.

Wat de toekomst brengen moge… Geen idee. Maar Joep wenst de Plattegoniërs, het Plattegonisch en zichzelf een bloeiend bestaan toe.

En oe blijft oe.

naar boven
eaudi