naar de Voorpagina

Joeperoog

Voorzetsels
Vormisesti


De belangrijkste voorzetsels

ajamondanksloenglangs
audiboven moentauachter
bovoor (tijd) nedeonder
dabij neischestussen
devan nerna
dechevanaf; sinds nermoesnaast
eaan, voor; naar oesttegen
ei… in (richting) plesdankzij
endorzonder poedoor(heen)
esche(boven)op rivoover(heen); betreffende
fonom(heen), rondom rivolovoorbij
ginom, wegensschirdoor (toedoen van); door (middel van)
i(alg. voorz. v. plaats:) te, in, op… tammet
iinttotuuteuit, buiten
ixibinnen, invorvoor (plaats)
katavolgenszimestijdens

naar boven
e audi

Het voorzetsel i

Het voorzetsel i is een algemeen voorzetsel van plaats- of tijdbepaling. Het is in principe te vertalen met te. Het betekent dus niet alleen in, het kan ook op, aan, met, tijdens, om, bij enz. betekenen.

Te robale i los laboeradeg. Hij werkt in een fabriek.
Ti dosse nas i les gromp. Ze zitten daar op de grond.
Mai dosse i les basa.
Mai dosse i basa.
We zitten aan tafel.
Les bami fus i les basa.
Les bami fus i basa.
De borden staan op (de) tafel.
Bat perdi loeko i les nom. Er hingen geen gordijnen aan de rail.
Ho matta terara ferfest loeke i les kiinst. Wat een vreselijk schilderij hangt er aan de muur.
Ti dosso i los knebali i les soena. Ze zaten op een bankje in de zon.
i lesnis lech; i lesnas oo. op deze plek; op dat eiland.
i tress, i eltzim op reis, met vakantie
i tras op weg, onderweg
i jes et i aptann overdag en 's avonds
i wutaistbij bewustzijn
i tiim onanom negen uur

Natuurlijk kan het Plattegonisch de plaats ook nadrukkelijker bepalen. Het gebruikt dann ixi, e, esche, oest enz.
Vergelijk de volgende zinnen en hun betekenis:

Marra lin fus? Uutes? Or ixi les hus? Waar ben je? Buiten? Of in het huis?
Mai robalo toejes ixi et fon les hus. We werkten de hele dag in en om het huis.
Les graspori fus i les katto. De mussen zitten op het dak.
Kika male! Los donka dosse esche les katto. Kijk eens! Er zit een dame op het dak.
Ta dosso i les basa. Ze zat aan tafel.
Ta dosso esche les basa. Ze zat op de tafel.
Ta baltso esche les basa. Ze danste (boven)op de tafel.
Les bami sto i basa. De borden stonden op tafel.
Les bami mokki esche et nede les basa. De borden lagen op en onder de tafel.
Fani joje i les schak. Er spelen kinderen op straat.
Fus bruskar esche les schak. Er ligt afval op de straat.
Les kompranar fus i eltzim. De winkelier is met vakantie.
Zimes les eltzim les komprana fus kloe. Tijdens de vakantie is de winkel dicht.

naar boven
e audi

Het voorzetsel e

Het voorzetsel e is een algemeen voorzetsel van richting, bestemming of doel.

In de praktijk heeft het voorzetsel e dan ook drie betekenissen:

  • aan, voor, ten behoeve van
  • naar…toe
  • om te (+ infinitief op -et)
e les brechoivoor de armen
e les lusaraan de lezer
e les schastalanaar de kust
e kolumpetom te zwemmen
loke e atartegen iemand praten, tot iemand spreken
Matta zakojo e tas?Wat is er met haar gebeurd? (lett. aan haar)
Te po e ixi e kiket les vogoroi. Hij ging naar binnen om de bikini's te bekijken.
Katnis fus e lis. Ma tape kat e lis, kase lin tapo les kref e mas e ipoichet nis. Dit is voor jou. Ik geef het aan jou, omdat jij (aan)mij de kans hebt gegeven om hier op te treden.

In de betekenis van naar kan e ook worden gebruikt om richting te geven aan andere voorzetsels.

e ixi naar binnen
e audi naar boven
e nede naar onderen
e uute naar buiten, …uit
e esche …op

In de betekenis van om te wordt e gebruikt met de infinitief. Deze infinitief gaat dan uit op -et.

Het voorzetsel ei

Het voorzetsel ei is eigenlijk een samentrekking van e en i. Het drukt een richting uit naar binnen. Het Nederlands zegt dan bijvoorbeeld het bos in (richting), i.p.v. in het bos (plaats). Vergelijk ook het Engelse into naast in, en het Duitse in den Wald naast in dem Wald(e).

Voorbeelden van ei en van e met andere voorzetsels:

Ti wisbre i boes. Ze wandelen in het bos (im Walde, in the forest).
Ti wisbre ei boes. Ze wandelen het bos in (in den Wald, into the forest).
Ti wisbre uute les boes. Ze wandelen buiten het bos (außerhalb des Waldes, outside the forest).
Ti wisbre e uute les boes. Ze wandelen het bos uit (aus dem Walde hinaus, out of the forest).
Ta isbre i les tras. Ze loopt op de weg.
Ta isbre e les tras. Ze loopt naar de weg.
Ta isbre ei les tras. Ze loopt de weg op.
fuse i tras
pe ei tras
op weg zijn, onderweg zijn
op weg gaan
Marmo lin dosse nede les kotoi? Waarom zit je onder de struiken?
Marmo lin quisbre e nede les kotoi? Waarom kruip je onder de struiken?
Ta dosse esche les katto.
Ta pe e esche les katto.
Ze zit op het dak.
Ze gaat het dak op.

naar boven
e audi

Voorzetsel met werkwoord

Net als het Nederlands kent het Plattegonisch samengestelde werkwoorden als over-nemen, tegen-spreken, uit-trappen.
In het Plattegonisch blijven deze woorden één geheel vormen.

Te rivopriso les lidena de mas. Hij nam het lied van me over.
Doe bat oestloka tas. Spreek haar maar niet tegen.
Ti avelabo les bami et uutetabedo les fiir. Ze likten de borden af en trapten het vuur uit.

naar boven
e audi

Weglaten van voorzetsel

Het Plattegonisch laat nog al eens een voorzetsel weg bij een voorzetselvoorwerp.

Te skendo les worin. Hij klom de wal [op]. Hij beklom de wal.
Ti kiko les noitine saki. Ze keken [naar] de vochtige stenen.
Lustre mas! Luister [naar] mij!
Ma rufe noere lis. Ik denk alleen maar [aan] jou.
Te but similo Barr. Hij leek wat [op] Barr.

naar boven
e audi

Weglaten van het lidwoord

Zoals uit verscheidene voorbeelden in dit hoofdstuk blijkt, kan het lidwoord nogal eens weggelaten worden. Gek? Nou ja, het Nederlands kan dit ook: aan tafel, aan zee, onder water, bij nacht, bij bewustzijn, in school, in huis, met vakantie, op zee, op tafel, op reis, op weg, op straat, op vakantie, uit school, …
In het Nederlands zijn dit min of meer vaste uitdrukkingen, maar het Plattegonisch laat het lidwoord wel vaker weg:
i basa op tafel, da schas aan zee, nede pava onder water

i les valst i valst in de gang
i les gromp i gromp op de grond
i les kiinst i kiinst aan de muur
e les baile e baile naar de stad
poe les valst poe valst door de gang
rivo les pava rivo pava over water
audi les nest audi nest boven het bed
da les malentolo da malentolo bij de molen
i les jes et i les kof i jes et i kof overdag en 's nachts

Aangeplakt voorzetsel

Sterker nog: geregeld worden er voorzetsels aan het volgende zelfstandig naamwoord vastgeplakt, vooral i, e en ei.

ebaile naar de stad, ikiinst aan de muur, eipava het water in

De klemtoon blijft op het hoofdwoord liggen (Vaste-Plaatsbeginsel): e'baile.

Wanneer wel een lidwoord

Het lidwoord blijft in ieder geval staan:

  • als het om een niet-voordehandliggende situatie gaat:
    Mai isbro poe valst.We liepen door de gang.
    Mai knoso poe les nest.We zakten door het bed.
    uutedrest rivo komuitzicht over het dal
    Ta tabedo les plota rivo les hus.Ze trapte de bal over het huis heen.
  • als er een ook een bijvoeglijk naamwoord staat.
    Ti isbro poe les trang valst.Ze liepen door de nauwe gang.
    uutedrest rivo les kronis komuitzicht over het groene dal

Losse opmerkingen

  • de + les 'van de' en de + los 'van een' kunnen worden samengetrokken tot dwes resp. dwos.
    Limeri dwes Otemetus! Leden van de Zolder!
    los parr dwos zero een deel van een cirkel
  • zerokike rondkijken, soekike omkijken; terugkijken, fonkike om iets heen kijken.
  • mono ner mono; quek ner quek; één voor één; stap voor stap
  • honte rivo ats zich schamen voor iets
    honte oestrivo atar zich schamen tegenover iemand

naar boven
e audi