naar de Voorpagina

Joeperoog

Arnhem

1993

Zware voetstappen boven mijn hoofd, en dat om half negen 's ochtends, ik kom net uit de nachtploeg.
Het geluid van zware gereedschappen en gasflessen. De dag des oordeels is aangebroken en zie, zegt hij, ik maak alle dingen nieuw. We beginnen met een nieuw dak. Oh ja. Had dame huisbazin mij niet ooit zoiets voorzegd? Het gaat in vervulling. Dan maar naar Arnhem. Het regent niet eens. Het is zestien augustus. Het is maandag. Vele winkels zijn dicht, vele tafels en stoelen staan nog op kop en op elkaar, uitslapen na het weekend. Een enkel café heeft de moed, al open te zijn. Beschaafd bestel ik een Koffie Verkeerd. Mmmm dat hoort bij een ochtend als deze. Boerenkoffie in deze de hoofdstad van Boeren Gelderland.
In mijn plestiktassie zit een stadswandeling van de VVV, omdat… wat ken ik nog niet van deze stad en wat valt er te ontdekken? Een groot deel van de roete loopt door oninteressante straatjes waar echter, volgens de folder, interessante winkeltjes te zien zijn. De middenstand wil ook wat. Onvermijdelijk kom ik langs De Slegte en onvermijdelijk kom ik daar met voor vijftien gulden aan boeken weer uit.

"Men ziet slechts wat men weet."
Ik weet uit de de VVV-folder dat ik het neogotische postkantoor zie (aardig), de eusebiuskerk (toch wel indrukwekkend ja) de lutherse disco (blijft zonde) de koepelkerk (toch wel leuk) en, tot nu toe, de Rijnkade, met links de John Frostbrug en rechts de Nelson Mandelabrug (weet ik dat ook weer). Ik zie het omdat ik het lees, anders had ik het niet gezien. In de trein zag ik de kattestaart overal in de sloten. Nooit eerder gezien en nu staat-ie overal. Eerst kende ik 'm eerst niet dus zag ik 'm niet. Men ziet slechts wat men weet.

Overpeinzingen aan het water. Altijd weer het water. Het mooie van dit water hier is, dat de stad zomaar ophoudt. Je loopt door de straten, onder gebouwen en plots: HO! de Rijn — en ineens is het stil en je kijkt verwonderd naar de overkant: ongegeneerde ongetemde onbeschaafde begroeiing. Wild. Natuur. Wilgen en wilgeroosjes, bramen, brandnetels en misschien ook wel kattestaart.

Links de John Frostbrug en met daarop de schuivende autootjes, ver genoeg om ze niet te horen. De Rivier onttrekt zich aan de stad. En onder de brug door, vrij uitzicht op de uiterwaarden: weilanden, bomen, boerderijen. Nu nog een fles wijn, wat brood, wat kaas, en iets meer Zon, en Toulouse ligt op veertig kilometer van Tiel.

Maar dit is Wolkenluchtennederland. Ik ga weer verder en ontdek de Sint Walburgiskerk en ontdek in de Sint Walburgiskerk een kleine kapel, en meteen is er iets van het 'thuis'gevoel. De stad is buiten, ik ben binnen. Daartussen staan dikke muren. In die dikke muren zitten kleine ramen, door die ramen valt het licht van de buitenwereld slechts gekleurd naar binnen en daarmee: aangepast, geheiligd. Het diepe rood en blauw en goud in de ramen legt me het zwijgen op.
Drie banken in de hele ruimte, meer niet.
En ik, goddeloos als ik ben, ik brand een kaarsje voor Maria Moeder van de Eeuwig Durende Bijstand, prevel het voorgeschotelde gebed en kijk weer naar de ramen.
Als hier een mis gehouden zou worden, zou ik deelnemen, zelfs ter communie gaan.
Zoiets delen met een kleine groep mensen. En dan besef ik weer eens hoe religieus ik wel ben. Communie als rustpunt, om op krachten te komen. In deze kapel die zich buiten de wereld bevindt. Ja, buiten de wereld, ondanks alle gepreek van geloven is in de wereld staan met op de achtergrond huilende kindertjes in Somalië.
Viering of communie is even niet hoeven. En dan weer verder.

En dan weer verder. Veel verder kom ik niet. Het Airborne Plein is de volgende oase waar ik alweer neerplof op een bankje. Vóór me een verkeersplein voor fietsers - verveling hoeft niet. En daarboven bromt het Arnhemse verkeer in het rond - en zolang het bromt, vergaat de wereld niet.
De zon schijnt, ik zit op een bankje, en alles draait in het rond en ik weet: ik zit midden in de wereld.
Rest de terugtocht naar het station, de boodschappen bij Dynamiek in de Zwanenstraat, het bankje bij de fonteinen aan de Sint Janssingel waar ik mijn Lembas opknabbel.

naar boven