naar de Voorpagina

Joeperoog

Biggenwaard

een verhaal over natuurontwikkeling

Ik heb er nooit zo mee te koop gelopen, maar nu moet ik u iets bekennen.
Al een paar jaar ben ik namelijk de gelukkige eigenaar van een flink stuk natuurgebied. Ik heb het geërfd, en door een gunstige samenloop van omstandigheden werd precies op het moment dat ik het verkreeg, het bestemmingsplan voor dat gebied gewijzigd. Het was landbouwgrond, nu zou het een gebied voor natuurontwikkeling worden. U begrijpt hoe blij ik was! Met een grondverzetbedrijf in de familie, èn een neef die bioloog is, moest ik er een prachtig stuk natuur kunnen ontwikkelen.

Ik liet er geen gras over groeien, liet mijn neef tekeningen maken en liet de grondverzetter de tekeningen lezen. Gedreven ging hij aan de slag met zijn graafmachines, draglines, bulldozers en zandauto's. Binnen een maand lag er een natuurgebied dat zijn weerga niet kent: vol kreekjes, poeltjes, gleuven, sleuven, draslandjes, graslandjes, schorretjes, slikjes, eilandjes - èn een open verbinding met de rivier!
Mijn neef kwam langs met een paar zakken wilde zaden, die we zingend uitstrooiden: hoornbloem, vogelmuur, herderstasje, fluitekruid, bereklauw, zevenblad, look-zonder-look, reukloze en echte kamille, duizendblad, groot heksenkruid, glad walstro, engelwortel, akkerviooltje, spurrie, vogelmelk, akkerhoningklaver, noem maar op. Mijn oom had nog een koe en een paard over zodat we die het natuurlijk evenwicht konden laten bewaren. Want tè veel hoornbloem in Biggenwaard, zoals het gebied heet, dat is niet natuurlijk. Dat had je vroeger ook niet, toen er nog geen mensen waren. Biggenwaard moest natuur bevatten zoals die er van oorsprong uitzag.

Ik ging elke dag even kijken, plukte een smeerworteltje weg als dat nodig was, of zaaide nog wat helmbloem bij.
Toen het vijfvingerkruid dreigde te verdwijnen heb ik de koe weggehaald en tijdelijk op stal gezet; en meteen begon het vijfvingerkruid zich te herstellen. O, het is zo'n machtig mooi werk om natuur te ontwikkelen! Ook voor de vogels deed ik van alles: kasten voor uil en valk, eilandjes voor de sterns, kuiltjes voor de scholeksters, buideltjes voor de mezen.
En borden voor de bezoekers, misschien kwam er wel iemand met subsidie!

Trots liet ik mijn oude buurman de foto's van het terrein zien.
Kijk, die geul daar is uitgediept, daar - mijn vinger ging over het glimmende papier - heb ik het wat op laten hogen. Dit wordt vochtiger, en daar wordt het droger, daar links komen wat bomen, maar hiervóór niet, want dat is een plekje voor mijn tonic-paarden.
Mijn buurman keek naar de foto's die naast elkaar op de tafel lagen en zei niets. Helemaal niets. En dat is niets voor buurman, want hij zegt altijd meteen wat hij denkt. Ik begon me ongemakkelijk te voelen, en keek naar buiten, zijn tuin in, waar hij trouwens nooit wat aan doet. Eén grote wildernis is het. Tenslotte keek buurman me aan.
'Kom eens mee', bromde hij.
Hij nam me mee naar buiten. Aan de overkant was twee jaar geleden een bedrijf afgebrand. De muren waren neergehaald, het meeste puin opgeruimd, en verder was er nog niets mee gedaan - in afwachting van rechterlijke uitspraken over aansprakelijkheid, hinderwetvergunningen en wat niet al. Het onkruid stond er manshoog in de arme grond: zand, puin.
'Kijk eens', zei buurman.
Ik keek.
'Zie je niks?' vroeg hij.
'Nee.'
'Wat je hier ziet, of beter gezegd, wat jij hier niet ziet, is natuur.'
'Natúúr? Dit?'
'Ja, dit. Niemand kijkt er naar om, en kijk eens hoe het zichzelf redt.'
Buurman bleef staan, met z'n handen in z'n zakken, kijkend, genietend van het stukje wildernis.
Ineens zag ik hoe de brandnetels waren gekomen en gegaan, de distels, de melde, hoe de teunisbloemen waren gekomen en nog niet waren gegaan, hoe de opslag van berk en wilg nog zou komen, hoe jaar in jaar uit allerlei torretjes, kevertjes, kruipseltjes, vogeltjes, worrempjes zich hier thuis zouden voelen - of juist niet, maar dan gingen ze weer en kwamen er weer andere…
'Jouw Biggenwaard,' zei buurman rustig, 'daar is niks mis mee. Het is mooi, ruig, wild, en voor mijn part zelfs in evenwicht. Je bent goed bezig, echt. Maar noem het geen natuur.'
'Geen natuur? Maar... hoe wil je het dan noemen, beste man?'
Buurman dacht even na. Hij glimlachte. 'Een openluchtmuseum,' zei hij toen.


Ik ging naar huis, gaf mijn oom koe en paard terug en liet Biggenwaard liggen waar het lag. Af en toe kreeg ik nog een aanmaning van Natuurmonumenten of van het IVN om er wat aan te doen. Maar ik deed niks.
Buurman gaat er nog wel eens heen en dan vertelt hij me hoe daar de natuur z'n gang gaat.

Moraal:
alles wat niet door mensen bedoeld wordt, is natuur. De rest is landbouw.

naar boven
eaudi