naar de Voorpagina

Joeperoog

Bird watcher

Weken van te voren hebben Barend en ik deze dag afgesproken om te gaan vogelen op de pier van IJmuiden. 's Morgens, voor ik het huis uit ga naar de allereerste trein, luister ik nog even naar het weerbericht.
"Het wordt een prachtige dag met rustig weer", jubelt de weerman.
Shit, denk ik. Want voor een vogeldag op de pier van IJmuiden heb je wind nodig, veel wind, het liefst uit het noordwesten. Veel zeevogels worden dan een beetje naar de kust toe geblazen.
Maar niet getreurd, wachtend op het perron hoor ik in de verte nog even een wijfje bosuil roepen, en enkele uren later wandelen Barend en ik de pier op, al blij met alles wat vleugels heeft. Overal vliegen steenlopers op. Als ze tussen de betonnen blokken zitten, vallen ze haast niet op, donkerbruin van boven, wit van onderen. Toen ik ze voor het eerst wilde leren herkennen, noemde ik ze 'mini-scholeksters' omdat de zwart-wit verdeling aan een scholekster doet denken. Maar in de vlucht zie je ineens een prachtig patroon van witte strepen op hun donkere vleugeltjes.
Ineens komt een torenvalk voorbij zweven. Een torenvalk? We kijken elkaar aan. Ja hoor, het is een torenvalk, die hier de pier afschuimt misschien op zoek naar vermoeide kleine trekvogels die denken hier even te kunnen uitrusten. Want ze zijn er wel, de kleine trekvogels: leeuweriken, merels, lijsters, kramsvogels… soorten die je tweehonderd meter uit de kust eigenlijk niet verwacht.

Aan het eind van de pier staat een vuurtoren. In de luwte ervan staat steevast een aantal vogelaars. Zoals ook nu. Een gezellige club uit Driebergen die bestaat uit een mengelmoes van kenners en beginnelingen. En dat is leuk want zó steek je van alles op, omdat ze elkaar veel vertellen en uitleggen en elkaar op dingen wijzen. Zo wijzen ze ook ons op trekkende kieviten, kolganzen, wulpen en zelfs wat roodkeelduikers. De gevorderden onder hen, met teleskoop, onderscheiden zelfs een "…smelleken vrouwtje op half twee…"
Half twee? Ja, vogelaarstaal: het geeft de richting aan waarin je moet kijken. Handig als je aan zee staat, want daar zijn geen herkenningspunten als iets links van die kleine berk. 'Twaalf uur' is de richting recht voor de vogelaarsneuzen, 'één uur' 30 graden naar rechts, 'half elf' 45 graden naar links. Slim hè.
Aan een jongen-met-teleskoop vraag ik hoe hij de drieteenmeeuwen en de stormmeeuwen toch uit elkaar houdt. Er is een verschil, maar ik ben vergeten, welk. En hij begint een verhandeling over 'iets kortere staart', 'iets grijziger vleugels', 'wat krachtiger vlucht'… Nee, zulke nuances zijn voor mij te hoog gegrepen. Tot hij zijn opsomming besluit met: "…en stormmeeuwen hebben gele poten en drieteenmeeuwen zwarte." Kijk. Zo simpel kan het zijn.
En bij gebrek aan spectaculaire soorten richt ik mijn kijkertje op alles wat meeuw is, om te oefenen in het herkennen. Ik probeer op zo groot mogelijke afstand een zilver- van een kok- of een stormmeeuw te onderscheiden. Barend zit ergens op de stenen simpelweg te genieten en wat te schrijven.
Dan komt er een Echte Vogelaar aan. Nee, een echte Bird Watcher. Hij plant zijn teleskoop schuin voor mij (op elf uur), stelt hem in op ooghoogte, plant zichzelf wijdbeens achter het statief, steekt de handen in de zakken en begint door de lens te turen. Onbeweeglijk. Onaantastbaar. Na tien minuten draait hij zich naar mij om en vraagt: Nog wat bijzonders gezien?
Nou ja, wat ik wel bijzonder vond, was: wat paarse strandlopers, en die mooie steenlopers dus. Hij haalt z'n schouders op. Hmpf. Geen vorkstaartmeeuw?
Ik zou 'm niet eens herkennen, zeg ik ronduit.
Hmpf. En hij richt zich weer op zijn teleskoop. Je hoort hem denken: daar heb je ook niks aan.
Af en toe verwaardigt hij zich een brul te geven, wat hij ziet: vijf roodkeelduikers links doorkomend op half twaalf! en dan grijpt iedereen juichend naar z'n kijker en zoekt de horizon af. Dankzij de Bird Watcher zien we roodkeelduikers 'doorkomen', ijsduikers, een sperwer, een zeekoet, verscheidene zwarte zee-eenden, wat tamelijk bijzonder is, en een onvolwassen, donker gekleurde jan-van-gent, heel ver weg.
Tenslotte breekt het groepje uit Driebergen op. 'Tot ziens! Succes!' en wordt het stiller. Ik oefen op meeuwen en Bird Watcher watcht. Ineens merkt hij dat ik er nog sta.
"Hoor je niet bij die groep?"
"Nee." En opeens zie ik iets vliegen wat ik niet ken, en wijs: "Maar wat gaat daar?"
"…een stel Grote Zee-eenden! Goh! Die zijn nog zeldzamer dan Zwarte." Ik stijg in zijn achting.
Barend komt aangelopen. We hebben het koud gekregen en besluiten op te stappen. Naar de Irish Coffee.
Succes verder, zeg ik tegen Bird Watcher. Dank je, zegt hij. En ik grinnik. 't Is koud, maar ik heb iemand ontdooid.

naar boven