naar de Voorpagina

Joeperoog

Een broeder

1993

…Net als ik, wachtend op het perron, wil gaan schrijven, spreekt een man me aan.
Druk aan de studie?
Nee, een reisverslagje.
En we raken aan de praat. Hij is capucijner en het gesprek is eenvoudig als de kloosterlingen zelf. Ik hoef niet na te denken over een antwoord als hij iets vraagt. Mijn antwoorden zijn eenvoudig omdat zijn vragen eenvoudig zijn.
Hij vraagt me wat ik doe. Of ik nog studeer. Of ik vrienden heb. Hoe ik woon. Of ik geloof.
Als ik God zoek, zoek ik hem buiten de kerk, had ik gezegd.
Geloof je, vraagt i dan.
Ik ben op zoek naar wat het is, zeg ik. Hij knikt.
Ben je alleen? Ja. En bevalt dat? Ach je raakt eraan gewend. Langzamerhand wil ik het wel anders, maar… 't gaat.
Hij knikt.
Als zijn trein binnenkomt geeft hij me een hand. Dank u wel, zegt hij.
Dank u wel, zeg ik.

naar boven