naar de Voorpagina

Joeperoog

Gesnater

'Waarom heet een wilde eend Wilde Eend, eigenlijk?' vroeg Barend.
We zaten uit te rusten op een boomstam tijdens een wandeling langs de Rijn, ergens bij Emmerich. In de wielen langs de route hadden we al verscheidene soorten eenden gezien, tafeleenden en kuifeenden, en in de verte hadden we al het fluitje van de smienten gehoord. We hadden onenigheid gehad over de vraag welke eend het mooiste was: mijn favoriet is de kuifeend met zijn strakke zwart-wit verdeling en zijn vertederende korte, ronde vorm die aan een bad-eendje doet denken; Barend krijgt maar niet genoeg van de rug van de tafeleend die op een afstand grijs lijkt, maar door de kijker een heel fijn zwartwit gestreept patroon te zien geeft.
En nu zaten we uit te kijken over een plasje waar wat Wilde Eenden zwommen.
'Hoor je me?'
'Hm?'
'Waarom heet een wilde eend Wilde Eend. Er is geen eend zo tam als de Wilde Eend', zei Barend, 'kijk maar in de parken en in de grachten van de stad. 't Is meer een Tamme Eend.'
'Mjoa,' zei ik, 'er zijn meer wilde Wilde Eenden dan tamme Wilde Eenden over de hele wereld. Bovendien: tamme eenden zijn wit.'
'Parkeenden dan.'
'Parkeenden bestaan al. Van die zwart-witte gedrochten met rooie koppen zoals beneden bij de Oliemolenwal.'
Barend dacht na. 'Er moet toch een kenmerk zijn waarnaar ze genoemd kunnen worden… Grondeleend! Want ze grondelen!'
'Kan ook al niet. Die naam bestaat al, als verzamelnaam. Wij onderscheiden Grondeleenden, welke de kop onder en de kont boven water steken, de Duikeenden, welke geheel onder water duiken, en de Zee-eenden, welke op zee vertoeven,' doceerde ik.
Verder bleef het stil. We kwamen er even niet uit. Wel waren we het er over eens dat de Wilde Eend aan een nieuwe naam toe was en dat we Ornithologisch Nederland alleen nog maar een goed alternatief moesten bieden om ons idee in de vogelboeken gedrukt te zien staan. Ook wisten we dat 'Gewone Eend' taboe was, want geen enkele vogel is 'gewoon.' Je mag blij zijn met alles wat je ziet.
En blij, dat waren we. Het was koud, maar droog, een prettige winterdag. We keken nog eens naar onze wilde eenden, de wijfjes met hun bruine verenkleed met als enige versiering hun blauw-witte spiegel.
'Spiegeleenden!' riep Barend.
'Krakeenden en smienten hebben ook spiegels, en talingen ook', zuchtte ik.
'Hoe heten ze hier in Duitsland eigenlijk?'
'Stockente,' lepelde ik meteen op, 'en in het Engels mallard, en in het Frans canard. Canard col-vert.'
'Stok-eend… mallerd… kanáár…' mompelde Barend. 'Slaat nergens op.'
Weer was het stil. Of nee, wij waren stil, maar de natuur rondom ons barstte van het leven, zelfs in de winter: een reiger kraste, in en om de struiken rondom het wiel waren putters en vinken te horen, boven de Rijn schreeuwden de kokmeeuwen en boven het kale akkerland riepen de kraaien.
Barend keek in het vogelboek. 'Wat betekent pl… plyt… platyrynchos?'
'Grootbek'
'Hmpf. Grootbek-eend, dat bekt niet. Dat krijg je er nooit in bij het IVN.'
De mens is een raar wezen. Zó loop je door de winterzon met een kijker voor je buik, en zó zit je aan de rand van een wiel hoofdarbeid te verrichten op je vrije zaterdag. We probeerden nog wat namen als Graseend, Groenkopeend en Krooseend, maar het werd te koud om nog langer stil te zitten.
Vóór ons vlogen luid kwakend een paar eenden op, maakten wat rondjes en streken weer neer.
'Weet je dat bij de Wilde Eenden alleen de vrouwtjes zo snateren?' zei Barend, 'de woerden reppen alleen maar.'
'Reppen?'
'Ja, reppen. Hoor je het niet, die woerd daar, links onder die els…'
Zachtjes klonk het rrrep rrrep over het water.
'Rep-eenden,' fluisterde ik.
'Nee,' zei Barend, 'snatereenden! Een van de weinige vogelsoorten, of misschien wel de enige, die zijn naam ontleent aan een kenmerk van het wijfje…!'
Ik keek hem verbaasd aan en hij begon te lachen. Toen sprongen we op en liepen verder, vastbesloten om ons idee op internet te gaan publiceren.

naar boven