naar de Voorpagina

Joeperoog

Gotland

Terwijl iedereen nog vakantieplannen aan het maken is, zit ik al op Gotland, Zweden.
De laatste week van april en de eerste week van mei vormen mijn, lach niet, zomervakantie dit jaar. En het is geweldig. De bomen zijn hier nog kaal. Zelfs de berken — een enkeling begint een groene waas te krijgen. Speenkruid! Klein hoefblad! Het eiland is bezaaid met bosanemoon en leverbloempje. De sleedoorn begint te bloeien.
Het water van de zee… groen is het, groenblauw. Blauw misschien. Niet grijs. Sta ik bovenop een klif, dan kijk ik tot op de zeebodem. En ik zie hoe de lagen gesteente zich onder water voortzetten zoals ze op het land doen. Zo moet water zijn.
Aan de noordkust van het eiland staan dennen…- Nee, ze staan niet, ze liggen. Ze zijn hun korte leven lang door winterstormen tegen de grond gedrukt en richten zich steeds weer op. Ze worden door ijswind vernietigd en laten toch steeds weer ergens een groene tak uitlopen. Zodat ze er uitzien als tegen de grond liggende stammen die alle moeite doen om overeind te komen. Wat een moed. Ze kunnen niet anders.
Van de zee komt een vreemd geluid. Het klinkt als een mompelen, het klinkt alsof er schepselen drijven wie het eten heerlijk smaakt: 'mmMMmm… mmMMmm… mmMMmm…' Stijgend en dalend.
Zo'n twintig eiders drijven voorbij. Twintig mannetjes en één vrouwtje. 'mmMMmm' doen ze alle twintig, alsof ze 'móóói!' tegen haar zeggen. En ze vinden haar mooi. Dat weet ze. Ze poetst zich en laat zich bewonderen en geniet van al die mannetjes-aandacht. Zij zwemmen om haar heen, klapperen met de vleugels, spetteren met water en trekken haar aandacht. Zelfs als Mevrouw op een steen gaat zitten om bekeken te worden, blijven de mannetjes om haar heen zwemmen en 'mmMMmm', maar niks van d'r op en paren maar, zoals bij ons de wilde eenden. Wat een etiquette en hoffelijkheid. En wat een prachtige kleuren. Dat is het mooie van lente op Gotland: de vogels die bij ons overwinteren en zich dan maar een beetje koest houden, die zie je hier in volle actie. Balts, versieren, terrein verdedigen, broeden, zingen en dat alles letterlijk in Prachtkleed. De subtiel roze borst en de subtiel groene nek van de eiders, alles is subtiel aan deze mannen.

Een Grote Stern heeft een visje gevangen en vliegt er krijsend mee rond. Zijn verloofde zit op een steen te wachten. Hij vliegt rond, kijk eens, kijk eens wat ik gevangen heb en zo gaat dat een tijd door. Hij vergeet haar het visje aan te bieden, zo druk is hij met zijn show. Tenslotte landt hij bij haar en biedt haar het visje aan. In twee happen is het weg. Nu mag hij alvast op haar rug gaan staan. Maar op dat moment komt buurman-stern en jaagt hem gewoon weg. Klein liefdesdrama in vogelland.

We struikelen over de fossielen in de gesteenten aan de kust, we zien de eieren van de scholekster op het strand liggen, drie, naakt en kwetsbaar in een kuiltje in het grind. We horen het gemekker van de watersnip in de vroege ochtend, en het orr-orr-orr-tsip van de houtsnip in de avondschemer.
Meeuwen? Alleen maar stormmeeuwen. Overal. De stormmeeuw is de standaardmeeuw van Gotland. Eén zilvermeeuw gezien, ééntje maar, in twee weken. Op het enige zandstrand dat Gotland rijk is.

En als we weer thuis zijn, vraagt iedereen: en kraanvogels? Hebben jullie ook kraanvogels gezien? Ja, we hebben ook kraanvogels gezien. Elke dag. Om negen uur 's morgens als we weggingen en om negen uur 's avonds als we thuiskwamen. Ze foerageerden altijd op een akker op vijf minuten lopen van de boerderij waar we logeerden. Het werd zo gewoon, dat het pas opviel als ze er een keer niet waren. Wat kan een mens toch snel verwend raken.
Nee, dan blauwe reigers. 'We hebben een blauwe reiger op Gotland', vertelde onze gastvrouw enthousiast, 'als je die wilt zien, moet je naar de zuidpunt gaan!'

naar boven