naar de Voorpagina

Joeperoog

IJsvogel

De zon is nog maar nauwelijks boven de huizen uitgekomen. En net als je denkt: dit is een mooie plek voor een ijsvogel, hoor je een zacht ploemp. In een fractie van een seconde denk je: visje. In de volgende fractie denk je: nee, ijsvogel misschien. Meteen daarop duikt het onmiskenbare staalblauw op en snort over het water naar een tak, verder weg. Je staat paf. Half negen, je bent net wakker, je hebt twee stappen gelopen en: raak!
Als dat goed en wel tot je is doorgedrongen, is er al geen ijsvogel meer te zien, maar toch pak je je verrekijker - je weet maar nooit. Daar links, daar lijkt wel een roodborstje op een tak te zitten. 'Lijkt', want met het blote oog is dat niet goed te zien. Als je je kijker er op richt, blijkt de het de ijsvogel te zijn, met zijn roest-rode borst! Je ziet 'm pal van voren, en dan zie je niks van die staalblauwe kleur.
Voorzichtig loop je verder, met in je hoofd het idee dat ijsvogels schuwe wezens zijn. Maar hoe lang duurt het tot-ie opvliegt? Hoe dichtbij kun je komen en zijn rode borst bewonderen… Tien meter? Dan snort het beestje naar een volgende tak. Weer voorzichtig verder lopen, je schoenen kraken in de sneeuw. Nu zit-ie met de rug naar je toe - prachtig! Na minuten wachten volgt de actie: als een grote snelle libelle snort de vogel naar het wateroppervlak, lijkt even in de houden en doet dan ploemp, hetzelfde geluid als zonet, zo zacht, dat een dromende wandelaar het niet eens op zou merken. En alles gaat zo snel dat de details je ontgaan. Had-ie een visje, een larfje, een ander waterwezen te pakken? Het leek of z'n snavel leeg was. Kunnen ijsvogels ook wel eens misgrijpen?

De grond is bevroren, het pad langs de Achterhoekse beek hobbelt onder je voeten, het gras kraakt. Drie dagen winter, het is niet veel. Maar toch.
Je bent meteen in de stemming en kijkt naar alles wat beweegt. En zo zie je een abnormaal grote vink door een achtertuin bewegen. Raak: een appelvink. Zeker weten. Geen twijfel. Zo'n grote zware snavel heeft verder geen enkele vogel.
In een weiland staat een dame bij een schaap met twee lammetjes. Een dame? Een dame. Een dame in laarzen. De lammetjes zijn net geboren, nog nat en bloederig. De hele zaak moet naar binnen, zegt de mevrouw. Het schaap heeft veel eerder geworpen dan de dame verwacht had, het is nog maar januari, en het vriest…
Hoe beweeg je een schaap naar de stal? Trekken, duwen? Een stuk touw? Haar lammetjes voor haar neus houden en haar zo meelokken? Wat doet een dame met schapen als ze niet weet hoe ze ze moet behandelen? Je weet het ook niet — maar jij houdt dan ook geen schapen.
Je helpt mee zo goed en zo kwaad als het gaat.
Hebt u er wel tijd voor? vraagt de mevrouw.
Tijd? De hele dag hoor, zeg je.
Maar meneer, uw jas wordt vies.
Daar is-ie voor, zeg je. En zo kom je aan bij de luxe-verbouwde boerderij met de pittoreske schuur. Je had het aan de spraak al gehoord: de mevrouw komt niet van hier. Eerder een Voorschotense dan een Achterhoekse.
Als schaap en lammetjes in de stal en onder de lamp zijn, loop je weer verder.

In de hoge bomen bij een brug zitten een tiental aalscholvers.
Je herinnert je de 'natuurkunde' lessen op de lagere school, met platen van Het Naardermeer. De aalscholver was een zwaar bedreigde vogel, vertelde de meester. De aalscholver kende je alleen maar van platen van Het Naardermeer. En nu zitten ze met z'n tienen tegelijk in de Achterhoekse bomen, ze vissen in de Tielse Walburgsingel, ze vliegen over de flat waar je woont…

Aan het eind van een koude maar mooie dag kom je weer langs de plek van de appelvink, de beek van de ijsvogel. Zou-ie zich nòg een keer… Nee jongen, 't is mooi geweest voor vandaag, zo'n beestje blijft niet aan de gang. Drie keer een ijsvogel op één dag? Nee, dat is te mooi om waar te wezen.
…ploemp! Daar gaat-ie weer. Een visje in z'n bek. De zon is net achter de huizen verdwenen.

naar boven