naar de Voorpagina

Joeperoog

Koning

Dit korte stukje gaat over kwartels en de kwartelkoning. Anders dan hun namen doen vermoeden, hebben ze niet zoveel met elkaar te maken. Tenminste, dat vinden de mensen. Dezelfde mensen die hun deze namen hebben gegeven, en ze vervolgens hebben ingedeeld in families en geslachten. De kwartels bij de patrijzen en de kwartelkoning bij de rallen.
Maar ze treden samen op in het onderstaande, eerste bedrijf.

De eerste avond nadat we hier aankwamen, Anna, Diederik en ik, ben ik het pad boven het dorp opgelopen. Anna noemt dit de bovenweg. Het stijgt licht en voert tussen de bontbloeiende alpenweiden door. Ik herkende allerlei geuren en kleuren van vroeger. Ik rook het grasland vol bloemen, het slijk op de weg, het water van een bergstroom. De kleuren van de bloemen waarvan ik de namen niet wist — Diederik kent ze allemaal. Maar ook zonder dat je een naam weet kun je je een bloem toch wel herinneren?
De bergkammen stonden scherp afgetekend tegen de heldere avondlucht.
'Alsof je thuiskomt,' zei Diederik.
'In mijn tweede huisje dan,' zei ik.
'Dan heb jij nogal wat tweede huisjes,' zei Anna.
'Heel veel.'

De Alpen hadden me een grandioos welkom bereid; we waren nog niet uitgesproken of we hoorden de kwartels in het gras. Veraf, dichtbij, links, rechts. Ik dacht aan mijn vogel-cd'tje thuis, de enige kwartel die ik kon beluisteren. Zip-zezip… zip-zezip… En of dat niet genoeg was, voegde zich in de verte het krex-krex geluid van de kwartelkoning erbij. Ik greep Diederik bij de arm en stamelde: 'Dit kan niet!'
'Wat kan niet?'
'…lage landen… moeras…rietvelden…' stotterde ik, '…zwaarbevochten natuurgebieden, vogelbeschermers die nachtenlang in hun slaapzak liggen te wachten op het krexen van één koning en dan in de krant komen… en nu dit! Voor mij, arme amateur…'
Iedereen werd heel stil, en we luisterden naar de kwartels en hun koning tot het donker was.

Zo'n warm welkom kon niet onbeantwoord blijven en ik zette de wekker op zes uur. Ik zou die Alpen wel eens laten zien dat ik geen watje was. Maar om kwart voor vijf liep onder mijn raam een andere wekker af: zip-zezip. Ik zat rechtop in bed, geloofde mijn oren niet, toen wel, schoot mijn kleren aan en liep naar buiten.
De eeuwige zwarte roodstaarten knerpten op de daken, paapjes miegelden tussen de jonge sparren, een jonge reebok stak waakzaam het hooiland over, natuurlijk lieten kwartels en koning zich horen, maar niet zien.
'Klinkt als het raspen van de tanden van een kam,' zeggen de boekjes over de koning. Nou, dan zijn die boekjes nooit dichtbij geweest. Het 'raspen van een kam' klonk van dichtbij als—… Hard, in ieder geval. Het deed me bijna pijn aan de oren, zo in de vroege ochtend. Het geluid weerkaatste tegen de hooischuurtjes en de bomen rondom. Dat valt op geen cd te vangen.

In een lariks oefende een groene specht zijn eerste lach van die dag. Waarom lachte hij? Omdat er zo zelden iemand om half zes 's morgens voorbijkwam? Of omdat de boeren vandaag zouden beginnen met maaien? Zouden de kwartels zich uit het veld laten slaan?

Weer in mijn appartement hoorde ik overal de zwarte roodstaarten, met hun geluid van knerpende steentjes, een motortje dat lijkt aan te slaan, maar weer stopt.
Ik keek naar de overkant van het dal, de beboste berghellingen, daaronder de alpenweiden met huisjes er op, een hoogspanningsleiding die als een gigantische waslijn van links naar rechts over de helling huppelde, elke mast een sprongetje.
Ik keek naar de besneeuwde en de kale toppen in de zon, de ansichtkaartblauwe lucht met de ansichtkaartwitte watten.
Ik hoorde de geluiden uit het dorp beneden me, de boeren waren begonnen met hooien en zouden tot het donker doorwerken.
Ik luisterde naar een groenling, zag een huismus langswippen via de berk, bekeek een kneuenpaar dat een nest aan het bouwen was in de struiken naast het huis.
Hier was het goed.
Ik had dichter willen worden, maar poëzie zegt me niet zoveel. Dus waande ik mij een schrijver, nee een componist, die zijn Erholung in de bergen zoekt. Ik schoof de eettafel voor het raam en had mijn schrijfbureau. Muziek van Mahler, Gustav von Aschenbach. Sigaartje.
Nu nog een tegenspeler.

naar boven