naar de Voorpagina

Joeperoog

Lentewaal

'Kom Tinus!' kwam Barend vanmorgen de dekens van me af trekken, 'we gaan een eind lopen!'
Hij had gelijk: ik had de hele winter binnen gezeten. Ik had geen zin gehad om naar buiten te gaan. Alleen om de fitis te horen aan de Waardweg was ik één keer op de fiets geklommen op een koude zondagmiddag.

'Kom op,' zei Barend, 'dan zullen we eens kijken wat er te zien valt langs de Waal. Op de laatste zondag van april. Als iedereen nog slaapt.'
En weer had hij gelijk. Hoe minder mensen op de been, hoe meer je ziet en hoort. Natuurlijk overal winterkoningen, vinken, mezen, heggemussen, roodborsten, merels, houtduiven, zanglijsters, zwartkoppen, groenlingen en een enkele boomkruiper in de bomen rond de Betuwse boerderijen en de ooibossen langs de dijk.
En al die geluiden van meerkoeten, grutto's, wulpen, scholeksters, tureluren, kieviten, ganzen en zelfs kikkers aan de andere kant van de dijk, in en om het gras en de poelen in de uiterwaarden. Slobeenden zelfs, in de watertjes rond de kerncenrale van Dodewaard. Nee Barend, die rare snavels hebben ze van hun Schepper, niet van de straling.

En ja, we hadden geluk: grote delen van de dijk waren afgesloten voor het verkeer. Men was immers de Dijkverzwaring aan het uitvoeren. Geen auto's of toertochtmotoren in kolonne, een soort autoloze zondag. Goed idee, Barend!
Het enige gemotoriseerde verkeer dat langskwam was een dwaalgast uit Afrika met een helm op zijn hoofd en een bromfietsje onder zich.
'Where is Nijmegen?'
'Just straight on, and then you see a big white bridge. That is Nijmegen. Kan niet missen,' zei Barend, en de dwaalgast zei Thank You hoewel hij dat laatste natuurlijk niet begrepen had.
Wij wisten alleen maar dat wij die twintig kilometer nog moesten lopen, want geen verkeer is ook geen bus. Maar daar zaten we niet mee. Want hoe hadden we anders naar twee hazen kunnen kijken die vóór ons op de weg heen en weer renden? Ze buitelden over elkaar, zaten elkaar achterna, gingen met elkaar op de vuist en rollebolden zo het weiland in, waar ze hun spel, gevecht of schijngevecht voortzetten. Ze schenen ons niet op te merken, of we waren niet belangrijk genoeg, nu zij hun kop zo vol hadden van de lente. En ze hadden gelijk: eindelijk was de lente losgebarsten: we hoorden de eerste koekoek, we zagen de eerste madeliefjes, we hoorden de eerste visdiefjes knerpen boven de Waal, we zagen de futen baltsen in de wielen, de bermen stikten van het fluitekruid, twee buizerden zweefden miauwend in de hoogte, af en toe gepest door een kraai. Een andere kraai dook op een langsvliegende aalscholver. Deze gaf alleen en chagrijnige snauw terug en vloog onverstoord verder.

En toen we bij Oosterhout op een bankje pauze hadden gehouden en we vonden dat de dag niet meer stuk kon, wachtte ons nog een verrassing. Net voorbij Oosterhout lag de zoveelste berg zand voor de dijkverzwaring. Er was al van afgegraven, zodat er een rechte wand was ontstaan. En ja hoor: oeverzwaluwen. Er waren al zo'n dertig tot veertig holen in het zand gemaakt en de oeverzwaluwen vlogen over de dijk en de uiterwaarde heen en weer. We bleven staan kijken en verbaasden ons erover, hoe dichtbij die beestjes durfden te komen: ze cirkelden om onze hoofden. En dat geluid! Als het geknirp van een huiszwaluw, maar zachter. En overal. Totdat we begrepen dat ze onrustig waren door onze aanwezigheid. Ze waren nog geen wandelaars gewend, zo dichtbij. We gingen verder en Barend zei dat hij thuis even naar het IVN zou bellen om deze kolonie te melden.
Want, zo vertelde hij, soms worden de graafwerkzaamheden stopgezet, als de oeverzwaluwen al aan het broeden zijn; soms ook wordt de pasbegonnen kolonie 'bijtijds' vernietigd om te voorkomen dat er gebroed gaat worden. Het vogelleed blijft dan beperkt.

Nijmegen kwam in zicht. En toen wou Barend nog wel door naar Ubbergen. Maar ik zei: 't Is mooi geweest, we bewaren nog wat lekkers voor later.
En zo liepen we naar de trein. En zo, terwijl we in de trein zaten te wachten op vertrek, hoorden we buiten de tjiftjaf nog even.
Geen dwaalgast. Maar een lentebode.

naar boven