naar de Voorpagina

Joeperoog

Trondheim

2000

Nors Nonsens woont met zijn broer in Trondheim, Noorwegen.
Trondheim ligt aan de rand van Noorwegen, wat niet zo vreemd is, daar Noorwegen voor 95% uit rand bestaat.
Nors is Jager en Visser, zijn broer is Visser en Jager. Ze kunnen het goed met elkaar vinden. Vaak gaan ze samen op pad. Vooral walvis gaat er goed in. Want op walvis vis je niet, op walvis jaag je. Zo helpt Nors zijn broer met Vissen en Nors' broer helpt Nors met Jagen. Een echte Nonsens is Jager of Visser, vinden Nors en zijn broer.

Nors heeft nog twee broers, maar met hen heeft hij niet zo veel op, want de ene broer is Verzamelaar, de ander is Boer.
De Boer boert. Vooruit dan maar.
De Verzamelaar echter drijft handel, rijdt bussen, geeft les, voetbalt, zit op een fiets die met hoge snelheid over het linker trottoir tussen voetgangers door rijdt, en heeft winkels die hij het liefst zoveel mogelijk gesloten houdt.
De Verzamelaar bouwt ook huizen. Van hout. Dat is makkelijk, want hout is het enige materiaal dat overvloedig voorhanden is. En om de huizen uit elkaar te kunnen houden, heeft de Verzamelaar ze in allerlei verschillende kleuren geschilderd. Een flørig gezicht, vindt hij. Nors Nonsens is er met enige tegenzin ingetrokken. Wat moet je nou in zo'n kleurig huis, denkt hij. Nonsens! Hij heeft het schilderwerk dan ook niet onderhouden, evenmin als hij een tuintje heeft of zelfs maar een bloembak onder het raam.

Toen er steeds meer Nonsens ter wereld waren gekomen en zich al een echt volk begon te ontwikkelen, had de Verzamelaar aan Nors gevraagd: Wie moet ons land gaan regeren?
Nors had Nors geantwoord: Dat is vrouwenwerk.
Sindsdien wordt het land bestuurd door vrouwen, aangevuld met een handjevol Verzamelaars die achter loketten zitten die ze eveneens zoveel mogelijk gesloten houden.

Het is overigens een misverstand te denken dat Nors Nonsens en zijn broers van de Vikingen afstammen. Wie ze goed beschouwt, ziet dat Nors geen lange blonde haren heeft, strijdlustige snorren of heldhaftige helmen. De oudste zonen van Nors of van zijn broers hebben hooguit een vreemd soort puntbaardje dat aan Catweazle doet denken, wat weer eerder een aanwijzing kan zijn voor verwantschap met de Britten. De rossige haarkleur versterkt dit vermoeden. Merk op dat de naam 'Snor' trouwens absoluut niet in de familie voorkomt.

Nors Nonsens heeft, zoals duidelijk moge zijn, een hekel aan nonsens. Daaronder valt ook het groeten. Familieleden, daar kun je nu eenmaal niet omheen, die moeten het doen met een kort 'hei.' Buitenlanders, vreemdelingen en toeristen worden niet gegroet, tenzij er geen uitvluchten mogelijk zijn, zoals aan een loket of in een winkel, indien deze al geopend is, wat dus niet vaak voorkomt. 'Hei.' Komt een Nonsens een buitenlander tegen die loopt te genieten op het stille bospad, dan richt hij zijn ogen strak vooruit. Wat je niet ziet, bestaat niet.
De prachtige luchten boven de fjord worden angstvallig geheim gehouden. Alle europeanen trekken naar Ierland om het mysterieuze licht te aanschouwen; geloof me, in het land van Nors Nonsens kan men hetzelfde bewonderen, nachten lang zelfs. Maar Nors kijkt wel uit om daar ruchtbaarheid aan te geven. Hij heeft geen hekel aan buitenlanders, maar ze zijn nergens goed voor. Komen er dus teveel buitenlanders naar de fjord, dan grijpt Nors zelf in. Hij zet de treinen, die over de prachtigste trajekten rijden, stil en laat de reizigers in hobbelende bussen proppen, in de hoop dat ze het de volgende keer wel uit hun hoofd zullen laten, Trondheim te bezoeken.

Tja, en die naam.
T-r-o-n-d-h-e-i-m schrijft de Verzamelaar in de kantoren achter de loketten.
Nonsens, vindt Nors. Je zegt gewoon: Tronnem.

naar boven